De Continentie Stichting Nederland is co-financier van SOAP, een wetenschappelijke Studie naar OverActieve blaas bij vrouwen met Prolaps. Het onderzoek wil achterhalen hoeveelpatiënten met prolaps (POP) een overactieve blaas (OAB) hebben en welke voorspellende factoren er zijn voor symptomen van OAB na prolaps-operatie. Het onderzoek staat geregistreerd met CMO protocolnummer 2011/456 (NL nr. 38563.091.11). Het onderzoeksteam bestaat uit:
Mw. Drs. J. van Breda, uroloog
Prof. Dr. M Vierhout, gynaecoloog
Mw. Dr. K. Kluivers, gynaecoloog
Dr. J. Heesakkers, uroloog
Deze onderzoekers zijn verbonden aan de Universitair Medisch Centrum St.Radboud in Nijmegen
Toelichting: Ongeveer de helft van de vrouwen met verzakking (prolaps) heeft ook last van blaasklachten. Zij moeten bijvoorbeeld vaak plassen en hebben erge aandrang (overactieve blaas). Vaak is er ook sprake van ongewild urineverlies (incontinentie). Voor veel vrouwen zijn deze symptomen van overactieve blaas een belangrijke reden om behandeling te zoeken voor hun prolaps. Na een operatie voor prolaps verbeteren vaak ook de blaasklachten. Maar dat is niet bij iedereen het geval. Ook krijgen sommige vrouwen juist na een operatie voor het eerst last van overactieve blaas. Aanhoudende of nieuwe blaasklachten zorgen vaak voor ontevredenheid over het uiteindelijke resultaat van de operatie. Het doel van dit onderzoek is om de verbetering van klachten van overactieve blaas na operatie te bepalen. Ook willen we veranderingen in blaasfunctie en risicofactoren voor klachten van overactieve blaas na operatie onderzoeken.
De studie is gestart in februari 2012. Er is berekend dat 80 patienten nodig zijn om de een uitspraak te kunnen doen over de verbetering van de overactieve blaasklachten. Vrouwen met verzakking die voor deze verzakking geopereerd gaan worden in het UMC St Radboud wordt gevraagd deel te nemen aan dit onderzoek. Zij zullen voor de operatie en tot een jaar daarna geëvalueerd worden door middel van vragenlijsten, plasdagboek, gynaecologisch onderzoek, echo, urodynamisch onderzoek, urine onderzoek en cystoscopie. Een en ander wordt toegelicht in een brief. Op 20-02-2012 is de eerste proefpersoon bereid gevonden deel te nemen aan het onderzoek, of met wetenschappelijke woorden: "geïncludeerd". Over het algemeen reageren patiënten positief op het onderzoek. Uiteindelijk besluit ruim de helft van de benaderde patiënten om daadwerkelijk deel te nemen, maar het moeten ondergaan van een tweede UDO na een jaar is voor veel vrouwen toch een behoorlijke drempel. Dit vertraagt de inclusie aanzienlijk. Toch waren er in juni 2014 24 patienten met complete datasets, 2 met incomplete sets en 25 patienten in follow-up.