Home
Wat is incontinentie?
Incontinentie, ook wel urine-incontinentie genoemd, betekent ongewild urineverlies. Urine-incontinentie is vaak onderdeel van een reeks problemen die vallen onder de noemer bekkenbodemproblematiek.
Bij wie komt incontinentie veel voor?
Incontinentie is een veel voorkomend probleem, met name bij ouderen en in het bijzonder oudere vrouwen. In Nederland worden jaarlijks 4 tot 5 duizend vrouwen geopereerd vanwege urine-incontinentie. Maar ook steeds meer mannen hebben last van incontinentie. Geschat wordt dat ongeveer 15 procent van de mannen na een operatie voor prostaatkanker last heeft van incontinentie. Ook mensen met een neurologische aandoening als multiple sclerose of met een dwarslaesie hebben vaak last van urineverlies.
Taboe
Tot voor kort rustte er een groot taboe op incontinentie, maar dit neemt steeds meer af. Televisiereclames over incontinentieverband zijn doodnormaal en steeds meer vrouwen gaan naar de huisarts voor hulp.
Ook in de medische wereld is er steeds meer aandacht voor incontinentie. Er zijn steeds meer bekkenbodemcentra, waar specialisten uit verschillende disciplines (fysiotherapie, gynaecologie, urologie) samenwerken om het probleem aan te pakken.
Toch zijn er nog veel mensen met incontinentie die zich daarvoor schamen. Zij zoeken daarom geen medische hulp. Als gevolg daarvan is het niet zeker hoeveel mensen incontinent zijn. Geschat wordt dat 5 à 6 procent van de vrouwen last heeft van urineverlies.
Invloed op iemands leven
Incontinentie heeft vaak een grote invloed op iemands leven en levensvreugde. Mensen die incontinent zijn, hebben vaak een verlaagd zelfbeeld. Ze zijn bang dat anderen het ruiken of dat ze plassporen achterlaten. Vaak leidt dat tot isolatie: mensen gaan lange reizen, winkelen en visites uit de weg. Ongeveer een derde van de vrouwen met urineverlies heeft daar ook last van tijdens de seksuele activiteit. Uit schaamte stellen mensen het uit om naar de dokter of apotheek te gaan.
WELKE SOORTEN INCONTINENTIE ZIJN ER?
Stressincontinentie
Urineverlies bij ‘drukverhogende momenten’, zoals hoesten of lachen. Over het algemeen geen sterke plasdrang, meestal relatief weinig urineverlies (druppels of scheurtjes).
Oorzaak: Vaak is er verlies van steunweefsel onder de urinebuis. Hierdoor is er te weinig ondersteuning van de sluitspier als er extra druk op de blaas komt te staan, zoals bij hoesten of plotselinge houdingsveranderingen. Daardoor kan iemand de plas niet goed ophouden. Ook kan de sluitspier zelf van slechte kwaliteit zijn, of er is sprake van een combinatie van beide.
Urge-incontinentie
Urineverlies na sterke aandrang. Je haalt als het ware het toilet niet op tijd.
Oorzaak: Meestal gaat het om een overactieve blaasspier. Al wanneer de blaas zich vult, trekt de blaasspier samen, met urineverlies als gevolg.
Gemengde incontinentie
Combinatie van stressincontinentie en urge-incontinentie.
Overactieve blaas
Heel vaak sterke aandrang tot plassen (meer dan 8x per 24 uur, waarvan minimaal 2 keer ‘s nachts). Dit kan met urineverlies gepaard gaan, maar dat hoeft niet.
Reflex-incontinentie
Urineverlies op extreem onwillekeurige momenten als gevolg van een neurologische aandoening.
Overloopincontinentie
Het hoofdprobleem bij overloopincontinentie is dat de blaas niet goed geleegd kan worden. Daardoor blijft hij overvol. Urineverlies volgt doordat er extra druk komt op de overvolle blaas. Daardoor loopt de blaas als het ware over. Een overloopblaas komt soms voor bij mannen met een goedaardige prostaatvergroting (oudemannenkwaal).
Functionele incontinentie
Functionele incontinentie is het gevolg van geestelijke stoornissen en/of verminderde functie van het bewegingsapparaat (spieren en gewrichten). Daardoor kan de patiënt niet goed ‘uit de voeten’ en is daardoor soms te laat op het toilet.
Atypische incontinentie
Als er geen duidelijk patroon is in de frequentie en het moment van het urineverlies.



