Diagnostiek

Ziektegeschiedenis of Anamnese:
De anamnese vormt de hoeksteen van de diagnostiek. Men zal gedegen uitvragen de aard van het urineverlies. Uitvragen. Is er sprake van een stressincontinentie, een urge-incontinentie of is er een mengvorm aanwezig. Men moet zich daarbij inleven in het leven van de patiënt. Zo heeft het geen zin om te vragen naar urineverlies bij hoesten bij iemand die nooit hoest. Het is vaak illustratief om te vragen welke activiteit het meeste urineverlies uitlokt. Zeker bij oudere vrouwen is de afstand naar het toilet nogal eens een factor van belang. Ook de frequentie en het verloop van de mictie zowel overdag als ’s nachts worden nagevraagd. Wat is de impact van het urineverlies, het leven? Zijn er activiteiten die de vrouw bewust heeft gestaakt vanwege het urineverlies? Wat voor type verband moet zij dragen en hoe vaak wordt dit gewisseld? Is er overmatige vochtinname of juist zeer geringe vochtinname als compensatie voor het urineverlies? Zijn er klachten van verzakking? Zijn er problemen met de defecatie in het bijzonder obstipatie? Zijn er blaasontstekingen? Is er urineverlies bij vrijen? Lees meer

Lichamelijk onderzoek:
Bij het lichamelijk onderzoek let men met name op de aanwezigheid van urethrale mobiliteit. Men vraagt patiënte te persen om een verzakking op het spoor te komen. Bij hoesten van de patiënt let men op aanwezige incontinentie (uitkijken!). Zeer zelden zijn er aan de vulva duidelijk tekenen van chronisch urineverlies. Veel vaker komt chronische atrofie van het vagina-epitheel voor. Dit uit zich in een zeer dun bleek vagina-epitheel met vaak kleine puntbloedinkjes. Een vaginaal toucher is nodig om een grote uterus myomatosus of een grote ovariumtumor uit te sluiten die beiden aanleiding kunnen geven tot urine-incontinentie. Bij atypische incontinentie is men bedacht op een vesico-vaginale fistel.

Men beoordeelt de bekkenbodem: men vraagt de patiënte om haar bekkenbodemspieren aan te spannen (alsof je de plas moet afknijpen) en men beoordeelt de kracht en de coördinatie hiervan. Vaak is enige instructie nodig. Bij een goede bekkenbodemcontractie omvatten de spieren de twee intravaginale vingers als een hand. Lees meer

Laboratoriumonderzoek:
Urineonderzoek: bij urge-incontinentie of gemengde incontinentie is het uitsluiten van een urineweginfectie en het eventueel aantonen van hematurie van belang. Bloedonderzoek heeft als regel geen zin.

Plasdagboek:
Gebruik van een mictie- of plasdagboek is van groot belang. Dit kan patiënte geheel zelfstandig verzorgen. Men vraagt haar om gedurende enkele dagen de tijden en de hoeveelheden van de mictie te noteren. Hierdoor krijgt men inzicht in de frequentie van de mictie, maar ook in de blaascapaciteit naast de totale urineproductie per 24 uur. Nogal eens blijkt een extreme hoeveelheid vochtinname en dus ook mictievolume, waardoor men al simpele aanpassingen en adviezen kan geven. Een normale urineproductie is rond de 1500 cc/24 uur. Meer dan 2500 cc is duidelijk afwijkend. Er leeft evenwel in Nederland een wijd en zijd verbreid geloof dat veel drinken gezond is en het overreden van een patiënte die al jaren gewend is om 3-4 liter per dag te drinken is niet eenvoudig. Lees meer

Urodynamisch onderzoek:
Het urodynamisch onderzoek bestaat uit:

- Flowmetrie: het meten van de stroomsnelheid en volume van de urine bij de mictie,
- Vullingscystometrie:hierbij wordt de blaas retrograad gevuld waarbij de capaciteit en de blaasdruk tijdens de vulling kan worden gemeten.
- Pressure-flowmetrie: hierbij wordt de stroomsnelheid van de urine gemeten in relatie tot de detrusor activiteit.
- Urethradrukprofiel: hierbij wordt de afsluitdruk van de urethra gemeten.
- EMG: hierbij wordt door middel van plakelectroden de bekkenbodemspieractiviteit gemeten.

Het urodynamisch onderzoek is lang niet altijd voor elke patiënte met urine-incontinentie nodig. Enerzijds wordt bestaande incontinentie lang niet altijd aangetoond bij urodynamisch onderzoek, anderzijds wordt de behandeling niet altijd veranderd onder invloed van de uitslagen van het urodynamisch onderzoek. Het urodynamisch onderzoek vindt met name zijn waarde in de complexere situatie. Lees meer

Verbandweegtest:
Hierbij worden voorgewogen verbanden door de patiënte gedragen om zodoende de hoeveelheid van de verloren urine te kunnen objectiveren. Men kan dit zowel in de thuissituatie (vaak gedurende 24 uur) als in de kliniek (gedurende één uur met een vast protocol van activiteiten) verrichten. Deze test heeft maar een betrekkelijke waarde in de diagnostiek van urine-incontinentie en heeft met name waarde bij wetenschappelijk onderzoek. Lees meer